In de zomermaanden, neem ik de tijd om mijn boeken in de boekenkast te herschikken en waar plaatsgebrek dreigt op te ruimen. Boeken die ik afstoot zet ik in een StationsBoekWissel, meestal in het Centraal Station Amsterdam. Bij een StationsBoekWissel laat je een boek achter voor een ander om te lezen. In ruil daarvoor pak je zelf ook een boek uit de kast om te ontdekken. Dat laatst doe ik overigens nooit, anders blijf je opruimen. Wat toch onvermijdelijk is, maar je moet het niet onnodig erger maken, dit terzijde.
In de kast zie ik gebundelde essays van Gerrit Komrij. Onsterfelijk door het in het boek: Het boze oog, hekelen van de grijpstuivermentaliteit waarmee hij de naoorlogse sociale woningbouw bekritiseerde. En eenheidsworst – klein van binnen en kneuterig van buiten- die hij de verpurmerending van Nederland noemt.
Daarnaast een boek van George Orwell: Saluut aan Catalonië, direct gevolgd door wat boeken van Sebastiaan Haffner. De complete serie van Ashe Stil over de 17e-eeuwse speurder en waterschout Willem Lootsman. De luxe stripboekenserie van uitgeverij Panda over Eric de Noorman en niet te vergeten de Rechter Tie-verhalen van Robert van Gulik. Verderop de biografie van Churchill naast die van De Gaulle, dan: Van christen tot anarchist door Domela Nieuwenhuis en de gedenkschriften van Troelstra. De laatste twee staan in boekvorm gebroederlijker naast elkaar dan tijdens hun leven. Ik ontdek tot mijn verbazing het boek: De dertiger jaren van Paul de Groot daarnaast.
De schelmenromans van Frederik Hendrik Kreuger en zijn biografie over meestervervalser Han van Meegeren zijn intrigerend, vermakelijk en informatief tegelijkertijd.
Voor een complete opsomming is deze column te klein. Het gezegde luidt niet voor niets: ‘toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent’.
Mijn oog viel op het boekje: Spinoza en het atheïsme van Anton Constandse. Op 27 juli 1656 werd de jonge filosoof Baruch Spinoza door het bestuur van de Portugees-Israëlitische gemeente in Amsterdam verbannen -een sociale uitsluiting- wegens ‘vreselijke ketterij’ (de cherem). Hij had in woord en geschrift laten weten dat hij zijn geloof en zijn betrokkenheid bij het jodendom grotendeels had verloren.
Tijd voor een wandelingetje door het buitenmuseum van Amsterdam bedacht ik en meteen met een tasje met weggeef boeken een bezoekje aan de StationsBoekWissel. Amsterdam levert altijd wel wat gedenkwaardigs op. Op naar bus 305 die nog wel stopt op het Centraal Station.
Spinoza
Onderweg (Nieuwezijds Voorburgwal 31) lees ik de op een portaal naast een souvenirwinkeltje de geschilderde spreuk: Nil Volentibus Arduum (Latijn: niets is moeilijk voor hen die willen). Dit blijkt na enig nazoekwerk het motto van een gezelschap van intellectuelen, opgericht in Amsterdam in 1669, naar het voorbeeld van de Académie Française. De leden kwamen wekelijks bijeen om te spreken over thema’s als logica, ethiek, toneel en dichtkunst. Het gezelschap speelde tien jaar lang een belangrijke rol in de toneelwereld. Nil Volentibus Arduum was van mening dat in verband met de welvoeglijkheid de godsdienst op het toneel zo veel mogelijk vermeden moest worden. Ook staatkundige zaken waren taboe. Leden van het kunstgenootschap hadden onmiskenbaar verwantschap met de gedachten van Spinoza en behoorden tot de Spinoza Kring.
En vanuit dat gedachtegoed van Spinoza voltrok zich een ander drama waarvan ik tot voor kort nog nooit had gehoord.
Het volk dom houden
Spinoza was zich er terdege bewust van dat zijn ideeën controversieel waren. Hij bleef ondanks de sociale uitsluiting voorzichtig en geduldig in het besef dat hij omringd was door taaie dommigheid die nog heilig in hel, duivel en hekserij geloofde. Heel anders ligt dat bij zijn goede vriend, de arts, jurist en filosoof, Adriaen Koerbagh. Hij en zijn jongere broer, de theoloog Johannes Koerbagh, maakten deel uit van de Spinoza Kring in Amsterdam. In 1668 krijgt de kerkenraad het onder pseudoniem uitgegeven boek Een Bloemhof onder ogen en men leest hierin veel ‘godslasterlijke teksten’. Er is informatie ingewonnen en de Koerbaghs worden als de schrijvers aangemerkt. De meest aanstootgevende passages worden voorgelezen aan de burgemeesters van Amsterdam, die het boek onmiddellijk verbieden en alle exemplaren in beslag laten nemen. In Een Bloemhof beschuldigen de Koerbaghs alle kerkelijke, juridische, medische en academische elites er dan ook van dat ze het volk dom willen houden met als enige doel zelf de macht te behouden.
Opgepakt en gebroken
Ondanks de netelige situatie waarin de broers terecht zijn gekomen besluit de overmoedige Adriaen nu ook nog het boek Een Ligt te publiceren. Het is een felle aanval op de hele christelijke godsdienst en op het geloof in wonderen. Johannes wordt gearresteerd. Adriaan is inmiddels gevlucht en ondergedoken in Leiden. Hij wordt verraden, vervolgens gevangen genomen en uitgeleverd aan Amsterdam. Adriaen bekent tijdens de verhoren dat hij alleen de schrijver is van Een Bloemhof en Een Ligt en hij geeft toe Franciscus van den Enden en Spinoza te kennen. Johannes wordt bij gebrek aan bewijs vrijgelaten.
Op 27 juli 1668 eiste Cornelis Witsen, de schout van Amsterdam, datAdriaen Koerbaghzou worden veroordeeld tot het in het openbaar afhakken van zijn rechterduim, het doorsteken van zijn tong met een gloeiende priem, dertig jaar gevangenisstraf en het verbranden van al zijn boeken. Uiteindelijk wordt Adriaan veroordeeld tot 10 jaar rasphuis,10 jaar verbanning uit Holland en betaling van 6000 gulden boete, zijn boeken worden zoveel mogelijk verbrand. De rijke, hoog ontwikkelde en fijngevoelige Adriaen Koerbagh is na enkele maanden dwangarbeid tussen de ergste criminelen, een gebroken man. Hij verzwakt snel en sterft op 36 jarige leeftijd in 1669 in het rasphuis.
Zwarte kip
Zijn broer Johannes schrijft niets meer en overlijdt drie jaar na Adriaen. Bij zijn begrafenis gebeurde er iets belachelijks, schreef een studiegenoot later aan een vriend. Toevallig was daar een zwarte kip die, vluchtende voor de menigte van toegelopen nieuwsgierigen op het hoofdeinde van de kist ging zitten, vanwaar men haar slechts met moeite kon verjagen. Zo ontstond bij een licht- en bijgelovig volk de mening dat de duivel in de gedaante van een zwarte kip het hoofd van die ongelukkige in bezit had genomen en zijn ziel had meegevoerd. Ja over taaie dommigheid gesproken.
Oude Nieuwstraat 6 woonde Adriaen Koebergh las ik thuis gekomen. Vanuit dat huis in dat achterafstraatje werd Koerbagh ten grave gedragen naar de Nieuwe Kerk. Het pand bestaat nog dat wordt dus volgend jaar een doel voor een wandelingetje in het Amsterdamse buitenmuseum. Niet alles was goud dat er blinkt in De Gouden Eeuw van Amsterdam.