Pasen heeft in de kern een heidense oorsprong, de terugkeer van de lente en de vruchtbaarheid van de natuur wordt in historisch opzicht ermee gevierd.
Er zijn een groot aantal heidense gebruiken die nu nog in gebruik zijn. Denk aan de paasvuren, de haas het heidense symbool van de vruchtbaarheid en het ei als bron van het nieuwe leven.
Toen het Romeinse Rijk het christelijk geloof overnam en verspreidde, werden veel traditionele feesten aangepast aan christelijke gedenkdagen. Ze werden in het bijzonder op dezelfde datum geplaatst als de ouder traditionele feesten. Zo ook de lentefeesten van de ‘heidenen’. Het adopteren van heidense feestdagen en de voortzetting ervan onder een andere naam bevorderde het snelle kerstenen van de heidense wereld aanzienlijk.
Tot en met de vierde eeuw vierden belijdende christenen zo zelfs door de jaren heen een mengelmoesje van heidense feesten. Christenen die vasthielden aan het ware geloof zoals dit door Jezus Christus werd onderwezen, namen geen enkel heidens feest over.
Er zijn in het Nieuwe Testament of in de geschriften van de apostolische vaders overigens geen aanwijzingen te vinden dat men toen Pasen vierde. De heiligheid van speciale tijden (Kerst, Pasen, Pinksteren) was zelfs een denkbeeld dat niet bestond in de geest van de eerste christenen.
De eerste christenen waren overwegend Joods en vierden de joodse feesten waaronder Pesach. In de tijd van Jezus was Pesach, een van de drie belangrijke feesten dit ter herdenking van de bevrijding uit Egypte en hoop op de komende verlossing door de beloofde Messias. Het laatste avondmaal van Jezus en zijn volgelingen, de discipelen, was volgens de Evangeliën, die diepgeworteld zijn in de joodse tradities, een onderdeel van de Pesach. Gaandeweg werd het voor christenen een herdenking van Jezus lijden en een nachtwake naar wederopstanding.
De viering van Pasen is volgens de joods traditie uitgespreid over drie dagen: Goede Vrijdag, paaszaterdag en paaszondag.
Zoals bij de Joden de dag begint met de vooravond, zo is dat ook in de christelijke traditie: Goede Vrijdag begint dus met de avond van Witte Donderdag. Op deze avond wordt herdacht dat Jezus tijdens het Laatste Avondmaal in brood en wijn een profetisch teken van zijn aanwezigheid naliet. Goede Vrijdag is de dag waarop de gedachtenis van zijn lijden en sterven centraal staat.
Stille Zaterdag, ook wel Paaszaterdag, is de zaterdag die voorafgaat aan Pasen. De Kerk herdenkt Jezus verblijf in zijn graf.
Tijdens het concilie van Nicaea in 325 na christus, bepaalde de katholiek kerk officieel de datum van Pasen. Dit om ervoor te zorgen dat Pasen werd losgekoppeld van de joodse kalender (Pesach). Zo werd bepaalt dat christenen in de hele wereld Pasen op dezelfde zondag zouden vieren.
Tweede Paasdag werd door de kerk in 1618 erkend als christelijke feestdag. In 1815 werd in de Nederlanden de Zondagswet vastgesteld, Paasmaandag werd toen een officiële feestdag. Bij de invoering van de vijfdaagse werkweek in de jaren zestig van de vorige eeuw werd dit nog een herbevestigd.
De week voor Pasen wordt de goede week genoemd die begint op Palmzondag. De Goede Week eindigt tijdens de Paaswake. Die wake vormt de overgang naar viering van de verrijzenis. Het is het begin van de paastijd die uiteindelijk na vijftig dagen uitmondt in Pinksteren.



