Column In deze rubriek column van Meander en berichten van de redactie
HomeNieuwsColumnOhoebruno en woeste gronden

Ohoebruno en woeste gronden

Een op verzoek van velen herhaald en geactualiseerd verhaal

ohoebruno5Een verstild zonnig moment, alle buren zijn met de angst voor Corona ergens in Nederland op vakantie. Als exemplaar van de kwetsbare groep neem ik geen stuiver risico en blijf thuis. Het kostte aanvankelijk enkele maanden gewenning maar eigenlijk is het wel fijn die rust en geen reis- of vakantiestress, geen filedruk, geen enge beestjes in het eten en drinken.

Ik sta in de tuin wat in de aarde te rommelen, plotseling een windvlaag gevolgd door een veeg tegen het hoofd.
Verschrikt kijk ik op en er tovert zich een lach op mijn gezicht. “Oeroeboeroe je bent terug”, roep ik uit.

“Hallo beste vriend. Overigens heet ik niet langer Oeroeboeroe of wat jij er ook van maakt. Vanwege mogelijke oorspronkelijke aanspraken op die naam of zoiets wereldlijks, ben ik in mij huidige verblijfplaats door de bewoners ge-herdoopt in Ohoebruno.
Op zijn Latijns heet ik Ohoe Bubo bubo, maar zo’n naam lijkt natuurlijk negens op. Ja mon ami, ik spreek door al dat rondvliegen mijn talen.
Nadat men mij in 2015 in Purmerend in hechtenis nam vanwege ‘vermeende overvallen’ met letsel, ben ik via Artis begin dit jaar gedwongen naar Roemenië getransfereerd. Daar woont een pas laat vorige eeuw vrijgelaten volkje met een hekel aan gevangenschap. Mijn huisvesting staat dan ook permanent open. Dat ik met mijn herwonnen vrijheid mensen als landingsplaats moet ontzien is me inmiddels wel duidelijk.
Ik wil wel kwijt dat die Purmerendse vangstbaas van toen -wethouder Heggers- me een paar keer in mijn gevangenschap heeft bezocht, en vriendelijke woordjes sprak”.
“Mario Hegger, met de nadruk zonder ‘s’ aan het slot”,  verbeter ik Ohoebruno.

“Wat jij wil beste Meander, mijnheer Mario dan maar als ik hem bedoel. Een lange vrije vliegtocht was het vanaf het Roemeense. Maar wel zeer leerzaam. In een paar jaar bleek me dat het landschap onderweg zwaar veranderd is. In Duitsland begonnen de veranderingen pas goed. Ook  niet zonder gevaar overal van die molens met slaande wieken en zwarte spiegelvelden op de grond. Op plaatsen waar ik gewend was een muisje te verschalken, trof ik naast de spiegels diepe uitgravingen in het land aan. Met grote machines worden er hele bossen en dorpen weggegraven. Ik raakte er helemaal confuus van.

De grens overschrijdend naar Nederland werd het er niet beter op. Bossen blijken grote kale plekken te vertonen. Van autochtone uilen begreep ik dat dit wordt aangeduid met landschapsherstel. Bosbeheerders kappen bomen om van een bos met in hun ogen verkeerde bomen naar heide en zandverstuivingen terug te keren. Zo moeten de woeste gronden van voor de middeleeuwen terugkeren.
Boze uilentongen beweren dat deze gekapte bomen als snoeihout in grote ovens worden verbrand. Wat een droevigheid als dit waar is. Wat een noodlot betekent dit voor de huidige flora en fauna en de biodiversiteit.
Voornamelijk en wel zo tamelijk trof ik in voormalige rustgebieden de molenwieken, zonnespiegels en onrustbarende kale plekken in het bos. Zelfs luisterrijke plassen worden niet gespaard van de ontsierende zwarte spiegels.
Beste vriend wat is er aan de hand, zijn de mensen op hol geslagen?”

“Ohoebruno, ik begrijp ook niet wat mijn soortgenoten bezield. Het heeft er alle schijn van dat het paniekerige reacties zijn met betrekking tot berichten over: luchtvervuiling, duurzaam energiegebruik en eindigheid van fossiele grondstoffen en niet in het minst het ondergrondse gerommel met schade aan huizen in Groningen.
Wat jij nu ziet zijn ingrepen van politici om het tij te keren, aangestuurd door te strooien met subsidies.
De twijfels die ik al had of het doel met deze middelen wordt bereikt, krijgen steeds meer houvast. Maar dat is een mening, en die zijn er in dit land legio. Maar weet je wat, nu je hier toch bent kijk als onbevangen toerist met al je uilenwijsheid rond en laat me je bevindingen weten. Wel een goede raad verras daarbij geen mensen met een plotselinge duikvlucht, want voordat je het weet zit mijnheer Mario of beter zijn opvolger mijnheer Paul achter je aan.”

Een korte tijd dacht Ohoebruno na. Toen kwamen de verlossende woorden. “Wel Meander dat is een goed plan, dat ga ik doen. Je hoort binnenkort van mij”. En met die woorden zocht Ohoebruno het zwerk op en zweefde majestueus weg in de schittering van de zonnepanelen op de daken.

Column artikelen