HomeNieuwsColumnIn gesprek met Wouter Burger: “Begin buiten, niet binnen”

In gesprek met Wouter Burger: “Begin buiten, niet binnen”

Leden van de Stadspartij-Beemster Polder Partij interviewen bekende en minder bekende Purmerenders over wie ze zijn en wat hen drijft. Dit keer een interview met Wouter Burger, directeur-bestuurder van Clup Welzijn Purmerend.
Het interview werd afgenomen door kandidaat-raadslid Peter van der Nulft.

Wouter Burger
Foto Stadspartij-BPP


Purmerend kent hem al lang, al kwam hij er niet vandaan. Wouter Burger (1963) groeide op in Oegstgeest. Hij zat op de middelbare school in Leiden, was goed in wiskunde en dacht even aan een technische studie. Muziek trok harder. Hij ging naar het conservatorium, maar merkte na twee jaar dat hij van muziek niet zijn beroep wilde maken.

Purmerend werd onze plek!

Wouter zocht bewust door naar wat wél bij hem paste en begon aan de opleiding sociaal werk in Amersfoort. “Helpend in het leven staan, maatschappelijke betekenis, dichtbij mensen — dat voelde goed.”
Tijdens zijn opleiding leerde hij zijn vrouw Esther kennen. Aan het eind van de opleiding werd hun oudste zoon geboren.
 “Ik ging werk zoeken en werd aangenomen in Purmerend, bij Stichting Wijkcentrum Purmer. Maar we woonden nog in Amersfoort. Met een pasgeboren kind trok ik het heen-en-weer reizen slecht. We verhuisden daarom naar Purmerend. Kort daarna vond Esther hier ook werk. Binnen een jaar hadden we onze diploma’s, een zoon, allebei een baan en woonden we in Purmerend.”

Die stap bleek bepalend. “Purmerend werd de plek waar we ons leven opbouwden.” Ze kregen drie zoons, die in Purmerend opgroeiden en inmiddels het huis uit zijn. “Alles bij elkaar zorgde dit ervoor dat we ons echt aan deze stad verbonden.”

Wouter werkte in meerdere delen van de stad. “Je leert een stad kennen door er te werken: op schoolpleinen, in buurthuizen en bij mensen thuis.” Zo werkte hij vanaf 1993 mee aan de opzet van Wijkcentrum Zuid-Pool. In de daaropvolgende jaren ontstond de vraag of het sociaal werk niet beter in één stedelijke organisatie kon worden ondergebracht.

In die tijd kreeg hij een rol in beleid en innovatie. “Mijn opdracht was: onrust zaaien — in de goede zin. Vernieuwen, kwaliteit aanscherpen en steeds vragen: doen we de goede dingen?”

Oprichting Clup Welzijn

In 1996 werd de stedelijke stichting opgericht: Clup Welzijn.
De eerste directeur was Els de Back. Wouter groeide door tot manager uitvoering. Toen haar pensioen in zicht kwam, volgde hij haar eind 2020, na een intensieve sollicitatieprocedure, op als directeur-bestuurder.

Na 1996 verbreedde Clup zich stap voor stap. Het locatiegebonden jongerenwerk werd uitgebreid met straatwerk. Daarna kwamen maatschappelijk werk en sociaal-juridische dienstverlening erbij, gevolgd door de inzet in Beemster, schoolmaatschappelijk werk en voorschools maatschappelijk werk. “Zo groeide Clup uit tot een brede organisatie voor sociaal werk.”

Clup groeide mee met de stad: van ongeveer 45 medewerkers naar circa 55 toen hij bestuurder werd, en naar zo’n 75 nu en zo’n 450 vrijwilligers. “Niet om te groeien, maar omdat de stad daarom vraagt.” De organisatie werkt met meewerkend teamleiders – aanvoerders die zelf meevoetballen.

Doen wat nodig is!

Wat hem drijft? “Ik wil maatschappelijk iets goeds doen en geloof sterk in het stellen van de juiste doelen. Als je inzet op nieuwsgierigheid, plezier en mensen helpen ontdekken wat ze zelf kunnen, ga je anders werken dan wanneer je vooral stuurt op procedures.” Sociaal werk betekent voor hem doen wat nodig is, met vakmanschap en altijd gericht op loslaten.
“Juist door ondersteuning dichter bij mensen en samen met anderen te organiseren, kun je eerder helpen en voorkomen dat problemen onnodig zwaarder worden.”

Wat zijn de grootste uitdagingen?

De grootste inhoudelijke uitdaging is dat zorg steeds moeilijker bereikbaar en duurder wordt. Daardoor komt er steeds meer terecht bij het sociaal domein: bij buurten, scholen, vrijwilligers en sociaal werk. Het idee daarachter is dat problemen eerder worden gesignaleerd en dat ondersteuning dichterbij wordt georganiseerd, zodat niet alles meteen in de zware zorg hoeft te belanden.

Dat merken ze dagelijks bij Clup Welzijn. Mensen wachten langer op hulp en hun problemen zijn vaak ingewikkelder. Ze staan dan vaak al naast mensen – in de wijk, op school of in het wijkcentrum – en proberen samen te voorkomen dat situaties verder vastlopen.

Dat schuurt met financiën en systemen. Als je verwacht dat sociaal werk steeds meer opvangt, dan vraagt dat ook om investeren. Maar het gesprek moet niet alleen over geld gaan. Het gaat over wat er nodig is voor de inwoner, hoe werk je samen rondom die inwoner en hoe organiseer je dat op een manier die vol te houden is.

Wouter noemt een voorbeeld waar hij enthousiast van wordt. De samenwerking met de GGZ (onder andere Parnassia) rond de zogeheten verkennende gesprekken. Daarin voeren een psycholoog en een sociaal werker samen het gesprek. Je ziet dat een deel van de mensen, doordat de stress verminderd, schulden worden aangepakt of het netwerk wordt versterkt, niet op een wachtlijst belandt, maar al stappen kan zetten in het gewone leven. Dat is precies de beweging die we nodig hebben.

Praat mét elkaar

Over Purmerend zegt hij: “Het is een stad die haar eigen afwegingen maakt. Dat is een kracht.” Tegelijk ziet hij een aandachtspunt. “Die nabijheid vraagt dat je processen van buiten naar binnen inricht. Begin je bij het gesprek met inwoners en partners, dan zou de uitkomst kunnen lijken op wat je vooraf bedacht had. Maar dan krijg je het draagvlak er gratis bij, omdat het uit verbinding is ontstaan.”

Op de vraag welke ervaring hem is bijgebleven, noemt hij een schietincident en een grote woningbrand na een vuurwerkbom. “Dat waren ingrijpende en verdrietige momenten voor de stad.” Collega’s stonden meteen aan; mensen wilden helpen, ook op zondag. “Die bereidheid voelde heel vanzelfsprekend. We moesten zelfs zorgen dat er niet te veel collega’s tegelijk op af gingen.”

Tot slot doet hij een uitnodiging. “Niet praten óver organisaties, maar praten mét elkaar — over wat inwoners nodig hebben. Als je iets vindt of vragen hebt over Clup: bel, kom op de lijn. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen er beter van worden.”

 

Column artikelen