Behandeling niet meer mogelijk voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026

Afbeelding bij raadsstukken
Wethouder Pascal Verkorst heeft de gemeenteraad verzocht de behandeling van het Gebiedsontwikkelingsprogramma Oostflank (GOP) uit te stellen. Reden hiervoor is het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer).
Het verzoek is om het GOP te agenderen voor de eerstvolgende mogelijkheid na de verkiezingen, dat is eind mei, zodat de raad haar wensen en opvattingen dan kan meegeven.
In dat geval blijft het bovendien mogelijk om de eerste wijziging van het omgevingsplan voor de Oostflank in september ter inzage te leggen, waarna een voorstel tot vaststelling kan worden voorgelegd aan de raad in januari 2027.
De gemeente Purmerend wil de oostkant van de stad, Oostflank, verder ontwikkelen. Het plan is om hier circa 5.000 tot 5.800 woningen te bouwen en bijbehorende voorzieningen te realiseren, zoals scholen en winkels. Het Purmerbos blijft behouden als natuurgebied en blijft toegankelijk voor recreanten. Om de ontwikkeling juridisch mogelijk te maken is wijziging van het omgevingsplan nodig.
Voordat de gemeente daarmee start, wil ze in een programma beleidsmatig vastleggen hoe het gebied er straks uit gaat zien. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) gevraagd te adviseren over het opgestelde milieueffectrapport (MER). De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) heeft op 12 januari 2026 haar advies uitgebracht over het MER.
In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Wat is het advies van de Commissie?
Er is een uitgebreid MER opgesteld. Hiervoor is veel informatie verzameld en geanalyseerd. Bijvoorbeeld over de huidige situatie in Purmerend en beleid van de gemeente. De onderzoeken naar mobiliteitseffecten en de effecten op natuur zijn goed en gedegen uitgewerkt. De inrichting uit de gebiedsvisie vormt het startpunt voor het alternatievenonderzoek: de alternatieven zijn variaties op dit model. De nadruk ligt daarbij op de ontsluiting van het gebied voor verkeer en de inrichting van groen en water. De effecten zijn voor de afzonderlijke milieuonderwerpen over het algemeen goed in beeld gebracht.
Toch signaleert de Commissie bij de toetsing van het MER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het gebiedsontwikkelingsprogramma Oostflank4.
Het gaat om:
-
De betekenis van het plan voor de ambities van Purmerend en in relatie tot de wijdere omgeving. Wat mist is een vertaling van de ambities naar de concretere doelen. Dat maakt duidelijk wanneer de gemeente tevreden is, zodat beoordeeld kan worden wat het programma daaraan bijdraagt. De betekenis van het plan voor de wijdere omgeving komt onvoldoende aan bod.
-
De beoordeling en vergelijking van alternatieven en voorkeursalternatief. De beoordeling is voor een aantal onderwerpen niet goed te volgen. Daar is niet duidelijk waarom een bepaalde score is gegeven, waarom een alternatief anders scoort dan het voorkeursalternatief of hoe onderwerpen met elkaar samenhangen.
Het gaat in ieder geval om:
-
Ruimtelijke kwaliteit: dit is bij het voorkeursalternatief op een andere manier beoordeeld dan bij de alternatieven en de foto van de leefomgeving. Alleen bij het voorkeursalternatief is een analyse gemaakt van de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde. Daardoor is niet duidelijk of (onderdelen van) de alternatieven tot een andere kwaliteit van het woon- en leefklimaat kunnen leiden.
-
De onderwerpen water en bodem zijn als aparte onderdelen behandeld. Deze informatie is vervolgens niet gebruikt om het principe water en bodem sturend als samenhangend geheel te beoordelen. Er is ook meer uitleg nodig over wat een watersysteem robuust maakt.
-
De impact van het verwachte grondverzet is niet consistent beoordeeld. Daardoor zijn verschillen tussen de alternatieven voor wat betreft bodemdaling en stikstof niet goed in beeld.
-
-
Inzicht in de rol van het milieubelang tot nog toe. De onderzochte alternatieven zijn gebaseerd op de visiekaart en dus gericht op concrete inrichting van gebied zelf. Wat mist is uitleg over de rol van het milieubelang bij keuzes eerder in het traject.
De Commissie adviseert het MER met deze informatie aan te vullen, vervolgens het voorgestelde VKA opnieuw tegen het licht te houden, en dan pas een besluit te nemen. Het VKA en het programma zijn immers mede gebaseerd op de effectanalyses in het MER, waar de aanvulling nieuwe inzichten over zal geven. Deze inzichten geven de gemeente houvast bij het bepalen wat ze, gezien het belang van de leefomgeving, nu in het programma wil vastleggen en wat (nog) niet.



