Rapport Planbureau voor de Leefomgeving: Groene ruimte in de gebouwde omgeving waardevol

Groen in de stad is waardevol. Vanuit veel perspectieven, zoals klimaatadaptatie of gezondheid, kan het nuttig zijn te zorgen voor voldoende groen in de stad. In een eerdere studie vonden we bewijs dat mensen gemiddeld genomen bereid zijn meer te betalen voor een huis als er meer bomen in de buurt staan. We zagen echter ook grote verschillen tussen én binnen gemeenten. Dat leidde tot de vervolgvraag hoe, wat en waar groene ingrepen het meest effectief in onze leefomgeving ingepast kunnen worden.
Daarom hebben we in deze studie gekeken naar verschillende soorten groene ruimte, en de waardering ervan in verschillende soorten bebouwde omgeving. We hebben de zeer diverse verschijningsvormen van de ruimte op basis van een statistische analyse teruggebracht naar zes typen bebouwde buurten: onbewoond, dorpse en open bebouwing, suburbane bebouwing, compacte stedelijke bebouwing, hoogstedelijke bebouwing, en zeer hoogstedelijke bebouwing. Op dezelfde wijze hebben we zes typen buurten in termen van de groene ruimte onderscheiden: laag groen, gemengd groen, park of open gebied, landbouw, versteend en boomrijk. Met deze typologieën van buurten hebben we nogmaals gekeken naar de waardering van mensen, voor zover die in de betalingsbereidheid voor de woning tot uiting komt.
In het algemeen wordt een groene omgeving door mensen positief gewaardeerd, maar niet alle soorten groene omgevingen worden even veel gewaardeerd. ‘Gemengd groen’, waar lage en hoge soorten groen voorkomen, wordt vrij algemeen positief gewaardeerd. In mindere mate geldt dat ook voor parkachtige omgevingen en open ruimte. Voor ‘Versteende ruimte’ vinden we een gemengd beeld: in sommige bebouwde omgevingen leidt dat tot een lagere transactieprijs, en in andere juist tot een hogere. ‘Laag groen’, dat vooral bestaat uit grasvelden en bermen, is gemiddeld genomen juist een weinig populaire soort groen om in de omgeving te hebben. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat de mate waarin de omgeving verzorgd is ertoe doet. De waardering daarvoor komt echter niet tot uitdrukking in deze analyse.
Belangrijk is ook de constatering dat zowel huishoudens met hogere als lagere inkomens een groene woonomgeving waarderen. Zij lijken in principe dezelfde voorkeuren te hebben: dezelfde combinaties van ‘grijs’ en ‘groen’ leiden tot hogere transactieprijzen, maar lagere inkomens betalen daar doorgaans wat minder voor bij dan hogere inkomens. Deze bevinding suggereert dat voorkeuren voor combinaties van groene ruimte in bepaalde gebouwde omgevingen niet primair door inkomen worden gedreven. Hoewel het getoetst zou moeten worden in apart onderzoek, zou deze bevinding ten minste de hypothese rechtvaardigen dat ook huurders in de sociale sector, die buiten beeld blijven in dit onderzoek waarschijnlijk een voorkeur hebben voor een (gemengd) groene woonomgeving.
Het maakt uit wát voor soort groen je realiseert. De resultaten in dit rapport onderstrepen het belang en vooral de waardering van groen in de stad. Het is belangrijk te kijken naar de relatie van de groene ruimte met de bebouwde omgeving. Niet alles werkt overal. Maar als beleidsmakers erin slagen de juiste groene omgevingen te creëren in buurten, dan creëert dat duidelijk waarde voor mensen. Een waarde die in woningprijzen tot uiting komt, maar ook allerlei waarden (met name voor klimaatadaptatie, biodiversiteit) die geen onderwerp waren van dit onderzoek en mogelijk wel maar niet per se in de woningprijs tot uiting hoeven komen.