
Op 25 maart 2026 deed de Raad van State uitspraak over het bestemmingsplan ‘Vredenburghweg’ dat de gemeenteraad van Purmerend heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt drie recreatiewoningen en een bedrijfswoning mogelijk in de buurt van het Noorderpad in Zuidoostbeemster. Op deze locatie staat nu nog een druivenkas.
Stichting Nekkerzoom en een bedrijf tekenden bij de Raad van State beroep aan tegen het besluit.
Volgens de Stichting Nekkerzoom vindt dat het bestemmingsplan toentertijd (2021) door de voormalige gemeente Beemster niet deugdelijk is voorbereid. De Stichting Nekkerzoom vindt dat het bestemmingsplan daarmee de zogenoemde kernwaarden van UNESCO Werelderfgoed De Beemster en de Stelling van Amsterdam aantast. Het plan is volgens de Stichting in strijd met Structuurvisie en de nota “Verblijfsrecreatie in het Land van Leeghwater” (hierna: de nota).
Een bedrijf dat aan de Vredenburghweg ligt en werkt met zwaar materieel en asbest vindt dat het bestemmingsplan geen rekening houdt met milieuzonering en daarmee haar bedrijfsuitbreidingen inperkt.
Het bedrijf (en andere) kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat de woningen op een afstand van minder dan 100 m vanaf hun bedrijf zijn voorzien. Zij vrezen klachten over de opslagactiviteiten op hun terrein. Er is volgens hen geen rekening gehouden met de milieuzonering zoals aanbevolen in de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” en hun bedrijfsuitbreidingen zijn nu ten onrechte ingeperkt.
Stichting Nekkerzoom en het bedrijf zijn tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 18 november 2025 op zitting behandeld en deed op 25 maart 2026 uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat:
-
In wat Stichting Nekkerzoom aanvoert geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de uitleg van de raad niet kan worden gevolgd. Het betoog dat het plan in strijd is met de nota en de Structuurvisie kan daarom niet slagen.
-
Met betrekking tot het bezwaar van het bedrijf oordeelt de Raad van State dat gelet op de bedrijven in de directe omgeving de gemeenteraad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het plangebied in een gemengd gebied ligt als bedoeld in de VNG-brochure.
De aanbevolen richtafstand van 100 m kan dan met één stap worden teruggebracht tot 50 m. Het bedrijf (en andere) hebben niet bestreden dat zowel de recreatiewoningen als de beheerderswoning op grotere afstand dan 50 m van de geluid producerende activiteiten van het bedrijf en andere zijn voorzien.
In wat bedrijf (en andere) hebben aangevoerd ziet de Raad van State dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het plan de bedrijfsactiviteiten van en andere op onaanvaardbare beperkt.
Beide beroepen worden door de Raad van State dan ook ongegrond bevonden.
Lees HIER de volledige uitspraak



