De Afdeling bestuursrechtspraak heeft 5 augustus uitspraak gedaan.
Het beroep van bezwaarmakers om extra geluidsschermen te plaatsen is niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.
Het is de Afdeling namelijk niet gebleken dat het besluit van de minister tot vaststelling van het saneringsplan gebaseerd is op, zoals door bezwaarmakers gesteld, onjuiste registraties.
Het besluit van de minister is gebaseerd op een berekening van de geluidsbelasting van de gevels van de woningen. Omdat de bezwaarmakers de juistheid van die berekeningen niet hebben bestreden, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de minister bij het nemen van zijn besluit is uitgegaan van onjuiste gegevens.
Achtergrond
Aan weerszijden van een rijksweg zijn referentiepunten. Op deze referentiepunten geldt een geluidproductieplafond. Het verkeersgeluid mag niet boven de waarde van het geluidproductieplafond uitkomen. Bij volledige benutting van zo’n geluidproductieplafond mag de geluidsbelasting op woningen van een rijksweg in beginsel niet hoger zijn dan 60 of 65 dB.
Is de geluidsbelasting bij bepaalde woningen toch hoger, dan moet de minister een saneringsplan vaststellen. Een saneringsplan bevat voor die woningen maatregelen om de geluidsbelasting te verlagen. Het saneringsplan dat de minister heeft vastgesteld houdt in dat een wegvak van de A7 van ongeveer 600 meter lang tweelaags zeer open asfaltbeton (zoab) krijgt.
De minister verwacht dat de uitvoering van de maatregel kan worden gecombineerd met het project A7/A8 Amsterdam-Hoorn dat in voorbereiding is. Daarbij wordt de weg verbreed.
Enkele inwoners van Zuidoostbeemster zijn het niet eens met het saneringsplan en zijn in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij ervaren geluidsoverlast van de rijksweg en vinden de saneringsmaatregel niet toereikend om hun woningen te beschermen tegen geluidsoverlast. Ook vinden zij dat zij te lang zullen moeten wachten op de uitvoering van de maatregel. Bovendien is volgens hen onzeker of het project A7/A8 Amsterdam-Hoorn zal doorgaan.
De Raad van State oordeelde dat de minister een juist besluit heeft genomen zoals hierboven valt te lezen.