HomeNieuwsColumnOorlog en vrede

Oorlog en vrede

pensioen2
Wat is er toch aan de hand met onze pensioenvoorziening? De dekking voor betaling van de pensioenen is van vele fondsen plotseling niet meer gegarandeerd.

Bij de meeste fondsen heb ik het aan zekerheid grenzende gevoel dat de inleg van werkgever en werknemers de afgelopen jaren niet voldeed aan de eisen. Ik ga er maar even vanuit dat de opmerkzame lezer begrijpt dat het pensioenfonds wordt gevoed met een werkgeversbijdrage en een werknemersbijdrage. De werknemersbijdrage is voor iedereen op zijn loonstrookje maandelijks zichtbaar.  De premiebijdrage is natuurlijk een kostenpost voor zowel de werkgever en de werknemer en gaat ten koste van het bedrijfsresultaat respectievelijk de koopkracht van de werknemer.

Naast het geknoei van de banken die tot een ineenstorting van ons welvaartsniveau ging leiden, is er dus ook geknoei te constateren met onze pensioeninleg. Het kan door dommigheid zijn gekomen, maar het kan ook zijn dat op deze manier koopkracht en bedrijfsresultaat kunstmatig hoger werden gehouden. Daarmee het positieve gevoel van de burgers van bovenaf psychologische kietelend. En nu komt dus de rekening daarvan!

Dat het pensioenfonds van de ambtenaren er ook tussen zit zal velen verbazen. Het ABP staat van oudsher bekend als een stabiel en oerdegelijk pensioenfonds, typisch ambtelijk.
Maar net zoals de sleet in de kwantiteit en kwaliteit van het ambtenarenapparaat is gebracht door dom, inhalig en overdreven introductie van marktwerking in overheidproducten, zo is ook dit fonds op een slinkse manier uitgehold.

pensioen1In de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd in de spaarpot van dit fonds op ca. 33 miljard gulden verondersteld. Latere cijfers spraken zelfs van 80 miljard gulden. Maar veel van dit geld bestond uit schuldbrieven van de overheid. Als werkgever was deze immers verplicht om de werkgeverspremie in het fonds af te storten. Dat geld werd direct weer als lening in de staatkas teruggestort, zo ontstonden die schuldbrieven.
Feitelijk leefde de staat, alle Nederlanders dus, deels op de zak met het pensioengeld van de ambtenaren.

Van zeer nabij heb ik meegemaakt hoe de staat met hulp van de ambtenarenbonden deze schuldenlast over de ruggen van de individuele ambtenaren wegwerkte. Via veel duister gelobby tussen regering en de top van de ambtenarenbonden, volgens de normen van toen volkomen legaal dus, werd de spaarpot van de ambtenaren voor de helft afgeroomd. Dat wil zeggen de regering streek minstens 15 miljard gulden op uit deze spaarpot. Het ambtenarenpensioenfonds moest op de kapitaalmarkt maar de benodigde nieuwe dekking zoeken. De goede invaliditeitsvoorziening van de ambtenaren sneuvelde toen meteen. En wat de kritische minderheid van ambtenaren toen al voorspelde gebeurt nu. De rekening van de plundering van het pensioenfonds van de ambtenaren komt terecht bij de hardwerkende ambtenaren (premieverhoging) en de gepensioneerden (pensioenverlaging) van nu.

platzakOp een heel ander niveau speelt iets dergelijks in Purmerend. Vrijdag 17 september presenteerde het college de plannen voor de begroting. Naast versobering op allerlei gebied zal er ook een lastenverzwaring, enerzijds door verhoging van tarieven, anderzijds door verhoging van de onroerend zaak belasting onvermijdelijk blijken.
Uit landelijke vergelijking blijken de tarieven en belasting in Purmerend relatief laag te zijn. Kunstmatig is de lastendruk voor de burger in Purmerend laag gehouden.

Dat valt als zodanig te prijzen, maar niet als dat op langere termijn ten koste gaat van het structurele voorzieningenniveau. In de periode dat de bomen tot in de hemel groeiden had in Purmerend financieel orde op zaken moeten worden gesteld.
Toen had tarief doorberekening aan diensten voor burgers waar het behoort en voldoende belastingheffing om het benodigde onderhoudsniveau van de openbare ruimte en de (sociale) veiligheid en handhaving zeker te stellen plaats moeten vinden.

Nu komen bezuinigingen van alle kanten en deze eerder te regelen zaken allemaal tegelijk onder de hamer. Precies op het verkeerde moment, nu de burger niet alleen de gemeentelijke lasten ziet stijgen, vreest voor zijn baantje, maar ook allerlei ingrepen door de regering in zijn portemonnee te verduren krijgt.

Ik hoop dat er veel wijsheid in ons midden is, maar vrees het tegenovergestelde. Een explosief mengseltje van ontevredenheid tussen burgers van allerlei pluimage dreigt te ontstaan. De geschiedenis voorspelt de toekomst, vandaar die somberheid.
Maar kop op zullen we maar denken. Na oorlog komt vrede.

Column artikelen