kop west Ruimtelijke Ordening
Home Nieuws Ruimtelijke Ordening Rekenkamer onderzoekt uitkomsten verwachtingen Werelderfgoed Beemster

Rekenkamer onderzoekt uitkomsten verwachtingen Werelderfgoed Beemster

Beemsterwegha
Beemster foto Stadspartij

Op 1 december 2019 was het 20 jaar geleden dat UNESCO Droogmakerij de Beemster de status van Werelderfgoed heeft gegeven. Dit biedt een goed moment om stil te staan bij wat in 1999 de verwachtingen waren en wat nu de praktijk is geworden. De Rekenkamercommissie Purmerend en Beemster gaat dit onderzoeken.
De gemeente Beemster kent twee werelderfgoederen; naast Droogmakerij De Beemster loopt ook een deel van de Stelling van Amsterdam door de gemeente Beemster. In het jaarplan 2020 heeft de Rekenkamercommissie de mogelijkheid opgenomen dat beide Werelderfgoederen onderdeel kunnen zijn van dit onderzoek. De onderzoeksopzet van de Rekenkamercommissie is primair gericht op Droogmakerij De Beemster.
De Stelling van Amsterdam zal betrokken kunnen worden bij het onderzoek indien dat van toepassing is en een bijdrage levert aan het beantwoorden van de onderzoeksvragen.
De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: “In hoeverre zijn de verwachtingen die er bij de gemeente Beemster waren bij de voordracht van de droogmakerij De Beemster tot UNESCO Werelderfgoed uitgekomen?”

De hoofdvraag is opgesplitst in de volgende onderzoeksvragen:

  1. Welke beweegredenen en doelen had de voordracht tot nominatie?
  2. Wat waren de rollen van de gemeenteraad en het college van de gemeente Beemster en andere (overheids)organisaties bij de voordracht, nominatie en uitwerking van deze doelen?
  3. Welke consequenties heeft het predicaat Werelderfgoed voor de gemeente Beemster in de afgelopen 20 jaar gehad?
  4. Welke kansen of bedreigingen biedt de status van Werelderfgoed?
Dit onderzoek zal gericht zijn op de gemeente Beemster en de communicatie zal daarom voornamelijk lopen via de gemeentesecretaris van de gemeente Beemster. Indien van toepassing zullen de colleges en raden van beide gemeenten geïnformeerd en betrokken worden bij de bestuurlijke reacties en aanbevelingen.
Het onderzoek richt zich op de periode in de jaren vóór de voordracht in 1998, de daadwerkelijke verlening van het predicaat in 1999 en de periode daarna (tot heden, 2020). Er zal vanuit verschillende bronnen informatie worden ingewonnen. Zowel via desk research (archiefonderzoek, memo’s, raadsinformatie) als via interviews en werkbezoeken zal een beeld gevormd worden van de ontwikkelingen in de onderzoeksperiode. Wat betreft de interviews zal er een brede combinatie van deskundigen, betrokkenen en experts worden samengesteld.
De planning is dat het onderzoek door de Rekenkamercommissie eind van dit aar is afgerond en de behandeling van het rapport begin volgend jaar in de gemeenteraad kan worden behandeld.

Ruimtelijke Ordening artikelen