HomeNieuwsMilieuStand van zaken oehoe

Stand van zaken oehoe


Met een bericht aan de raad heeft wethouder Hegger een voortgangsbericht gestuurd over het welzijn van de oehoe. Hieronder zijn bericht.

‘Op vrijdag 13 maart 2015 in de vroege ochtend is het gelukt de oehoe te vangen in de omgeving van Paltrokmolen. Aanvankelijk wilde de gemeente het dier met rust laten maar vanwege het aantal aanvallen, de aard van de verwondingen en de daaruit ontstane angst van bewoners om zich op straat te begeven, besloot de gemeente de oehoe toch te vangen Omdat de oehoe een beschermd dier is en daarom niet zomaar gevangen mocht worden heeft de gemeente op 20 februari 2015 een ontheffing aangevraagd bij de provincie Noord-Holland voor artikel 63 van de Flora-en faunawet. Op 2 maart 2015 heeft de provincie de ontheffing verleend.

Tijdelijke opvang na vangst

Na de vangst is de oehoe overgebracht naar een tijdelijk vogelverblijf. Hier wordt de oehoe gehouden tot een definitieve en geschikte verblijfplaats is gevonden. De houder van het vogelverblijf is zeer deskundig op het gebied van roofvogels en uilen. Buiten de oehoe worden er vele andere roofvogels en uilen gehouden. Deze vogels zien er allemaal erg goed uit, hebben schone verblijven en schoon water tot hun beschikking.

De huisvesting bestaat uit een voldoende ruime volière waar de oehoe in de zon of regen kan zitten of zich kan terugtrekken in een hoek die beschutter en wat donkerder is gelegen. Takken en andere zitgelegenheden zijn aanwezig. ln de volière naast de oehoe zit een vrouwelijke oehoe zodat contact met een soortgenoot mogelijk is. Er worden door de houder nog volières bijgebouwd waarvan er voor de oehoe ook een beschikbaar komt. Deze volière zal groter zijn dan de huidige volière. Omdat de oehoe gedrag vertoont dat in de valkerij voorkomt kan het mogelijk zijn dat, bij gebleken geschiktheid, de oehoe dagelijks op het grote terrein los zou mogen vliegen. Tijdens het vliegen kan de oehoe dan weer een deel van zijn jachtinstinct gebruiken. Andere oehoes van deze houder vliegen ook op deze manier.

Fysieke gesteldheid

Om meer te weten te komen over het dier en om de toekomstige verblijfplaats te bepalen is de oehoe uitvoerig geobserveerd en onderzocht. Vastgesteld is dat het om een Europese oehoe (‘Bubo bubo) gaat van het mannelijk geslacht. De leeftijd is onbekend. Een diergeneeskundige heeft de oehoe onderzocht en geconcludeerd dat het dier in goede gezondheid verkeert. Het verenpak en borstbeen zijn in goede conditie, de ademhaling is goed, de klauwen functioneren zeet goed en het dier heeft een heldere, scherpe blik in de ogen. De oehoe weegt iets meer dan 2,5 kilo en heeft een gezonde eetlust. Verder zijn er geen gebroken of ontbrekende veren ontdekt evenals andere fysieke mankementen. Ook de ontlasting, braakbal en smeltsel zien er goed uit. Wel zijn er afwijkende bloedwaarden gevonden wat kan duiden op niet optimaal functionerende nieren. Tevens heeft de oehoe een verdikking in beide poten vlak boven de klauwen. Dit duidt op ooit gedragen tuigage, hetgeen gebruikelijk is in de valkerij. Een chip of ringetje is niet aangetroffen.

Gedrag

Naast de verdikking in beide poten zijn er nog een aantal indicatoren die erop wijzen dat het geen wild exemplaar is maar dat de oehoe in gevangenschap is geboren en gewend is aan mensen. De oehoe is opvallend rustig en heeft nauwelijks interesse in soortgenoten. Ook maakt de oehoe ‘imprint’ geluiden. Deze geluiden worden alleen geproduceerd door roofvogels en uilen die met de hand zijn grootgebracht zonder contact met soortgenoten maar wel in sociale interactie met de mens.
De onderzoekers zijn helder in hun conclusie: de uil is in gevangenschap geboren en is waarschijnlijk op een gegeven moment vrijgelaten door de eigenaar. Echter, omdat een chip of ringetje ontbreekt kan er niet volledig worden aangetoond dat de oehoe in gevangenschap is opgegroeid. Om die reden moet het dier gezien worden als een wild exemplaar, ook al lijkt het gedrag volledig op dat van een gehouden uil.

Vrijlating

Vanwege het gedrag is vrijlating geenszins een optie. Als de oehoe ergens in een ver natuurgebied zou worden losgelaten is het, volgens de Oehoe Werkgroep Nederland, zeer waarschijnlijk dat de uil de stad en hun mensen weer gaat opzoeken en hetzelfde afwijkende en, voor een wild exemplaar, atypisch gedrag gaat vertonen. Ook in de volière moet de houder oppassen dat hij bij het verlaten van de volière niet wordt aangevallen. Door dit afwijkend gedrag zal de oehoe zich moeilijk in het wild kunnen handhaven en bestaat de kans dat hij de wilde populatie verstoord. Het vrijlaten van gehouden dieren is volgens de Flora- en faunawet ook verboden: vogels die eenmaal gehouden zijn, moeten in gevangenschap blijven.

Registratie

Een eigenaar is niet te traceren omdat een chip of ringetje ontbreekt. Omdat gehouden vogels geregistreerd moeten zijn heeft de gemeente op I april 2015 zelf een CITESI verklaring aangevraagd bij de Rijksdienst Ondernemend Nederland (RVO). Met een dergelijke verklaring kan de gevangenschap van de oehoe (opnieuw) worden gelegaliseerd

Hoe nu verder

Voor het definitief houden van de oehoe heeft de huidige opvang een dierentuinvergunning nodig. Deze vergunning wordt verleend wanneer de opvang voldoet aan de eisen die staan omschreven in het Besluit houders van dieren. Dit besluit stelt eisen aan de verblijven, de verzorging en de registratie van dieren. De opvang heeft de vergunning inmiddels aangevraagd bij de RVO maar is nog niet verleend. Het is gebruikelijk dat de aanvraagprocedure geruime tijd duurt.
Informatie over de status wordt uitsluitend verstrekt aan de aanvrager. De aanvrager informeert regelmatig bij de RVO over de status en houdt de gemeente hiervan op de hoogte. Omdat de RVO niet werkt met een strikte afhandeltermijn kan er geen indicatie gegeven worden over wanneer de vergunning wordt verleend Vooralsnog is de status van de aanvraag ‘in behandeling’.

Wanneer de dierentuinvergunning is verleend wordt ook de door gemeente aangevraagde CITES verklaring verleend. Uit oogpunt van dierenwelzijn is het raadzaam om de uitslag van de aanvraagprocedure af te wachten alvorens op zoek te gaan naar een andere opvanglocatie omdat de huidige opvang de beste optie is. Naast de kwaliteit van het vogelverblijf en de kennis, ervaring en ambitie van de houder is de oehoe inmiddels gewend aan het verzorgingsritme en, zoals blijkt uit de observaties, tot rust gekomen. Het (onnodig) verplaatsen en het opnieuw moeten wennen aan een nieuw verblijf, andere verzorgers en verzorgingsregime leidt tot stress hetgeen niet bevorderlijk is voor de welzijn van de oehoe.

lndien de dierentuinvergunning niet wordt verleend wordt er uitgekeken naar een andere verblijfplaats die een dergelijke vergunning wel heeft. ln Nederland zijn er 55 opvanglocaties met een dierentuinvergunning. Echter, niet elke dierentuin is geschikt of heeft behoefte aan een oehoe (bijvoorbeeld omdat een oehoe niet past in het thema van het dierenpark). De opvangmogelijkheden voor de oehoe zullen dus vrij beperkt zijn.

Uiteraard zal ik u van de ontwikkelingen op de hoogte houden.’

Milieu artikelen