vervoerregio logo
De Vervoerregio Amsterdam heeft de Regionale Thermometer Mobiliteit gepubliceerd. Deze publicatie geeft met cijfers, kaarten en visualisaties een beeld van de mobiliteit in de vijftien gemeenten in de vervoerregio. Daarbij wordt ook gekeken naar het noordelijk en zuidelijk deel van de Metropoolregio Amsterdam.
In de Regionale Thermometer komen verschillende onderwerpen aan de orde rond verkeer en vervoer, evenals de demografische en ruimtelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de mobiliteit. Zo bevat de publicatie informatie over:
  • De ontwikkeling van het aantal inwoners en woningen in de gemeenten;
  • Het bezit van auto’s, scooters en brommers;
  • De meest gebruikte vervoermiddelen per gebied, leeftijdsklasse of reismotief;
  • Reizigersstromen met bus, tram en metro, aantal in- en uitstappers op stations;
  • Aantallen verkeersdoden en ernstig gewonden.
Informeren en ondersteunen

De Regionale Thermometer laat de ontwikkeling zien van de afgelopen periode, de meest recente stand van zaken en bij sommige onderwerpen ook de prognose voor de toekomst. Al naar gelang het onderwerp bevat het document de cijfers voor de Vervoerregio als geheel, per deelregio Noord, Zuid en Amsterdam, of per gemeente. Ze zijn ingedeeld in de hoofdstukken Invloeden, Aanbod, Gebruik, Effecten en Beleving. Met de informatie in de Regionale Thermometer Mobiliteit wil de Vervoerregio bestuurders, raadsleden, gemeenten, bewoners en andere belangstellenden informeren en ondersteunen bij het maken van beleid. Het document biedt informatie die iedereen vrij kan gebruiken voor bijvoorbeeld onderzoek en publicaties.
Gebruik

Uit de publicatie blijkt ten aanzien van het gebruik van het aanwezige vervoeraanbod in de Vervoerregio Amsterdam het volgende:
  • Van alle verplaatsingen op een werkdag is 64% intern verkeer binnen één van de deelregio’s. 28% betreft verplaatsingen tussen de Vervoerregio en gebieden daarbuiten, vooral van en naar Amsterdam. Verplaatsingen tussen Amsterdam en de deelregio’s Noord en Zuid vormen een relatief klein aandeel.
  • Verplaatsingen binnen deelregio’s gaan voor 60% per fiets of te voet
  • Jongeren t/m 17 jaar in de deelregio’s Noord en Zuid fietsen vaker, maar kiezen vanaf hun 18e juist vaker voor de auto dan in Amsterdam. Amsterdamse jongeren reizen naast de fiets relatief veel te voet en met het OV. Vanaf hun 18e houden zij meer vast aan deze vervoerwijzen
  • Bewoners van de deelregio’s Noord en Zuid reizen het meest met de auto naar het werk, Amsterdammers met de fiets. Voor onderwijs is de fiets overal de eerste keuze, maar Amsterdammers gaan hiervoor ook veel te voet of met het OV
  • In de meeste gemeenten werkt het merendeel van de bewoners elders, en komt ook het merendeel van de werknemers van elders
  • Reizigers van en naar Schiphol kiezen het meest voor het OV (trein) en dit aandeel neemt toe.
  • Het aantal reizigerskilometers in de OV-concessies nam van 2013 – 2016 toe. Dit geldt ook voor het aantal in- en uitstappers op de meeste treinstations in de regio.
    Bronnen
    Voor deze eerste editie zijn vooral cijfers gebruikt die tot en met 2016 of begin 2017 zijn geactualiseerd. Bij het maken van de publicatie is allerlei informatie gecombineerd die al via diverse bronnen beschikbaar was, zodat deze beter kan worden gebruikt. Het gaat bijvoorbeeld om het landelijke mobiliteitsonderzoek ODiN van het CBS. De Vervoerregio heeft nauw samengewerkt met de gemeente Amsterdam: daarbij heeft de eerder verschenen Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid als voorbeeld gediend voor de Regionale Thermometer Mobiliteit. De Vervoerregio zal de Regionale Thermometer in 2019 actualiseren. 
    Download Regionale Thermometer Mobiliteit 2017 >