Ruim acht op de tien Nederlanders willen dat er hogere boetes komen voor het afsteken van illegaal vuurwerk. Ook moet strenger worden gehandhaafd. Niet alleen op illegaal vuurwerk, maar ook op de naleving van de afsteektijden en op de verkoop van vuurwerk aan minderjarigen.
Overtreders
Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research onder ruim 2.500 Nederlanders. Regels voor het gebruik en afsteken van vuurwerk worden in de beleving van Nederlanders beperkt gehandhaafd. Het verbod op illegaal vuurwerk wordt volgens 28 procent van de Nederlanders beperkt gehandhaafd en volgens nog eens 6 procent intensief. De rest denkt dat er niet wordt gehandhaafd of weet het niet. Zeven op de tien Nederlanders vinden dat hier strenger op moet worden gecontroleerd. De boetes voor overtreders moeten omhoog, vindt 83 procent van de Nederlanders. Ook onder vuurwerkafstekers zelf is het draagvlak voor hogere boetes, met 69 procent, groot.
Afsteektijden
De controle op de afsteektijden moet volgens zes op de tien Nederlanders beter, zo blijkt verder uit onderzoek. Volgens de meeste Nederlanders (66 procent) worden de afsteektijden nu niet of beperkt gehandhaafd. Een op de drie Nederlanders zegt niet te weten of politie of andere toezichthouders hier alert op zijn. In vuurwerkvrije zones wordt volgens bijna een kwart van de inwoners beperkt gehandhaafd, 16 procent stelt dat dit intensief gebeurt en 14 procent dat er helemaal geen controle plaatsvindt. Ruim de helft van de inwoners vindt dat strenger op naleving van het verbod moet worden toegezien; een kwart vindt de controle voldoende.
Prioriteit
‘Gevraagd naar de prioriteit bij handhaving, de capaciteit van handhavers is immers beperkt, dan staat het aanpakken van het illegaal vuurwerk bovenaan de prioriteitenlijst’, stelt Laurens Klein Kranenburg, onderzoeker bij I&O Research. 45 procent van de Nederlanders zet dat op nummer 1, gevolgd door handhaving van de afsteektijden (25 procent) en de verkoop van vuurwerk aan minderjarigen (14 procent). Slechts zeven procent vindt dat de prioriteit bij de vuurwerkvrije zones moet worden gelegd.
Potentie
Hoewel de handhaving van vuurwerkvrije zones niet de hoogste prioriteit krijgt, hebben vuurwerkvrije zones wel enige potentie, concludeert Klein Kranenburg. ‘In de beleving van inwoners wordt er minder vuurwerk afgestoken dan voor de instelling van het verbod, ook als daar beperkt op wordt gehandhaafd.’ In zones waar intensief wordt gehandhaafd, leidt dat volgens negen van de tien bewoners tot minder vuurwerk, zo blijkt uit het onderzoek. Met een beperkte handhaving is dat volgens 64 procent van de inwoners het geval. ‘Het verbod an sich en/of de sociale controle lijkt preventief te werken.’
Vuurwerkshow
Het draagvlak voor vuurwerkvrije zones is groot: zeventig procent van de Nederlanders vindt dat een goed idee. Het aantal gemeenten dat dit jaar een vuurwerkvrije zone aanwijst, is ten opzichte van vorig jaar niet gegroeid. Vier op de tien Nederlanders zijn voorstander van een verbod op het afsteken van vuurwerk door particulieren. Als daarvoor een professionele vuurwerkshow in de plaats komt, stijgt het draagvlak hiervoor naar 48 procent.
Overlast
Er is sprake van een lichte toename van het aantal Nederlanders dat overlast ervaart door vuurwerk. 34 procent stelt ‘altijd’ tot ‘meestal’ overlast te ervaren; vorig jaar was dat 28 procent. Het aantal mensen dat aangeeft ‘nooit’ overlast te ervaren, daalde van 24 procent (2015) naar 21 procent nu. De top drie van grootste overlastbronnen bestaat evenals vorig jaar uit harde knallen (77 procent), vuurwerkrestanten op straat (64 procent) en gestreste huisdieren (43 procent). Ook vuurwerkrestanten in de tuin en stankoverlast zijn bronnen van ergernis


 
 
 
Welzijn Nieuws

Welzijn Nieuws

Bezoek raadsleden aan diverse locaties van Leviaan(voorheen RIBW)

Bezoek raadsleden aan diverse locaties van Leviaan(voorheen RIBW) Op een zonnige vrijdagmiddag in ...