Hoofdstuk 2: Wonen, woonomgeving en stedelijke  vernieuwing

De kwaliteit van wonen zal in Purmerend zichtbaar moeten verbeteren, waarbij de verschillende doelgroepen worden bediend. De wachtlijsten voor starters en jongeren worden zoveel mogelijk weggewerkt. Zowel de woningen als de woonomgeving moeten voldoen aan de eisen van deze tijd. 

   

2.1 Beheer en onderhoud van de openbare ruimte  

● Er moeten voldoende uitlaatplekken en losloopplaatsen van goede kwaliteit voor honden zijn. Hondenuitlaatstroken moeten duidelijk met paaltjes aangegeven worden. De opruimplicht voor hondenbezitters buiten deze gebieden dient vaker gehandhaafd te worden. Werktijden van de handhavers moeten worden afgestemd op de tijden van overtreding. Hondenpoep op speelveldjes moet zo snel mogelijk verwijderd worden.

De hondenbelasting wordt volledig ingezet voor het hondenbeleid. Zonder hondenbelasting zou iedereenbetalen aan het onderhoud en aanpak van de overlast zonder in het bezit te zijn van een hond.

● Zwerfvuil, vooral rond (ondergrondse) afvalbakken zal door het regelmatig schoonvegen van straten, door het strategisch plaatsen van afvalbakken en door het aanpakken van de vervuiler worden teruggedrongen.  

● Meldingen van bewoners over gevaarlijke situaties in de openbare ruimte zoals losse of verwijderde stoeptegels en defecte straatlantaarns moeten binnen vijf werkdagen afgehandeld zijn.   

● Speelpleinen, speel- en fitnesstoestellen, skatebanen en/of voetbalveldjes dienen in elke buurt naar behoefte aanwezig zijn en dienen schoon, heel en veilig te zijn.  

● Straatmeubilair zoals bankjes en afvalbakken moeten veilig zijn en regelmatigonderhouden worden.   

● Bewoners worden betrokken bij de inrichting van hun buurt enmoeten zeggenschap krijgen over de speelplaatsen en het straatmeubilair in de buurt.  

● Straatnaamborden moeten duidelijk zichtbaar en zo nodig verlicht zijn. Ook als het donker is moeten straatnamen leesbaar blijven door reflecterende borden en moet het duidelijk zijn in welke straat je bent. In lange straten zal de bebording voldoende moeten worden herhaald.  

● Regenafvoerputten en riolen moeten regelmatig gereinigd worden om te voorkomen dat straten, wegen en fietspaden blank staan bij regenval.

     

2.2 Groen  

● Ondanks de grote druk om te bouwen om de wachtlijsten van woningzoekenden te verkleinen, dient de omgeving klimaatproof te zijn en zal de omgeving als zodanig zoveel mogelijk groen dienen te blijven, ook voor de beleving van de wijk en stad. Groen geeft de mogelijkheid tot ontmoeting,tot spelen en is gezond.

● Het openbaar groen dient regelmatig onderhouden of vervangen te worden door laag groeiend groen, vooral waar het groen voor belemmeringen gaat zorgen zoals op voetpaden, speelpleinen, wegen en bij kruispunten. Bij kinderspeelplaatsen dient gepast groen te zijn geplant. 

Daar waar het mogelijk is worden bomen geplaatst om hittestress in de bebouwde omgeving tegen te gaan.

Wijkmanagers en handhavers moeten hun verantwoordelijkheid nemen voor de aanpak van het overhangend groen van particulieren in de wijk.  Het is onvermijdelijk dat er extra zal moeten worden geïnvesteerd om het door de bezuinigingen opgelopen verval te herstellen.

● Het is belangrijk om buurtbewoners te betrekken bij het groenonderhoud. Er moeten budgetten komen voor eigen, groene ideeën en initiatieven van bewoners. Daarnaast dient de gemeente buurtbewoners de mogelijkheid tebieden om, samen met een erkende of gediplomeerde hovenier, zelf de aanleg en het onderhoud van het openbaar groen te verzorgen.  

● Onkruidbestrijding moet op een milieuvriendelijke manier gebeuren, waarbij bestrijdingsmiddelen vakkundig ingezet worden zonder dat zij schadelijk zijn voor de omgeving.

    

2.3 Leefbaarheid buurten  

● Om de buurten leefbaarder te maken en om verloedering tegen te gaan zal de gemeente efficiënter en effectiever de fysieke omgeving, zoals bestrating, groen en verlichting,blijven onderhouden.  

● Voor wijken en straten die dreigen te verloederen moet zo snel mogelijk, in samenspraak met bewoners, bedrijven en organisaties, een plan van aanpak worden opgesteld om te kijken hoe de verloedering kan worden tegengegaan.  

● Bewoners worden betrokken bij het onderhoud van de wijk. De gemeente zal bijvoorbeeld samen met bewoners een schoonmaakactie of snoeiactie organiseren en faciliteren, dit kan worden afgesloten met een buurtfeest.   

● Bewoners hebben meer mogelijkheden om met eigen initiatieven de leefbaarheid van de buurt te vergroten. De overheid doet waar mogelijk een stap terug.  

● Door betere samenwerking met bewoners, woningcorporaties, gemeente, politie en Team Buurttoezicht wordt de dreigende verloedering tegengegaan.

   

2.4 Woningaanbod  

● Er dienen voldoende betaalbare woningen gebouwd te worden, die in de eerste plaats bestemd zijn voor Purmerenders en daarna voor bewoners in de regio Waterland.  

● Er moet gestreefd worden naar een goede balans tussen goedkope en duurdere woningen. Per wijk dient goed te worden gekeken naar de verhouding sociale huurwoningen en overige woningen.

●        Het aantal sociale woningen dient  30% van de te bouwen woningen te zijn.  

● Er zal gekeken moeten worden naar het verschil in “inschrijfduur” en “zoekduur”. De zoekduur, de periode dat mensen actief op woningen reageren, is vaak veel korter dan de inschrijfduur.

Om de doorstroming te bevorderen, dienen er meer woningen in het middensegment gebouwd te worden.

● Voor Purmerendse senioren moeten voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn. Deze moeten zoveel mogelijk komen uit het beschikbare woningaanbod. Het aanwezige aanbod van seniorenwoningen tegen betaalbare huurprijzen dient in stand te worden gehouden.  

● Jongerenhuisvesting moet een hogere prioriteit krijgen. Er moet, in samenwerking met marktpartijen als woningcorporaties en bedrijven, gezocht worden naar goede mogelijkheden om meer betaalbare jongerenwoningen van goede kwaliteit in Purmerend te verwezenlijken.

Het aantal Minder Valide (MiVa) woningen moet minimaal gelijk blijven. Indien woningbouwcoöperaties besluiten een MiVa woning te verkopen, dienen zij hiervoor direct elders in de stad een nieuwe MiVA woning te bouwen of te creëren.

  

2.5  Stedelijke vernieuwing en monumenten   

● Hoogbouw in bestaande wijken kan alleen op plaatsen waar dat in goed overleg met de buurt is gepland. 

● Monumentale gevels, panden en andere cultuurhistorische elementen, vooral die in de binnenstad, moeten beschermd blijven.